Regio: Amersfoort – Apeldoorn,
Nijkerk, Harderwijk – Barneveld
Ken jij iemand — of ben jij het zelf — die precies weet wat er misgaat, maar het toch steeds weer doet?
Een cliënt vertelde me onlangs: “Ik weet precies wat er misgaat. Ik snap het allemaal. Maar ik kom er niet verder mee.”
Ik hoor dit bijna elke week. Slimme, zelfreflectieve mensen die zichzelf door en door begrijpen — en toch vastlopen. Die precies kunnen uitleggen waarom ze pleasen, waarom ze te snel toegeven, waarom ze de confrontatie vermijden. En die het desondanks blijven doen.
Dat is geen gebrek aan inzicht. Het is iets fundamenteel anders.
Toen jij klein was, leerde je hoe je moest overleven in jouw gezin. Niet bewust — je leerde het door te ervaren wat werkte en wat niet. Door te merken wanneer je aandacht kreeg, wanneer het stil werd, wanneer er gespannenheid in de lucht hing.
Die lessen zijn nooit als tekst of een rekensom opgeslagen. Ze zijn opgeslagen als ervaringsherinnering, als reflex, als houding. Als ‘gevoel’. In je schouders die omhoog gaan als iemand kritiek geeft. In de adem die stokt als er een conflict dreigt. In de buik die samentrekt als je ‘nee’ wilt zeggen.
Inzicht is de kaart, je lichaam is het gebied.
Èn de kaart ís niet het gebied.
Onbewust vormen die ervaringen en besluiten die je vroeg in je leven hebt genomen over wie je bent, hoe anderen zijn en wat je mag verwachten van het leven overtuigingen. Ze zijn gevormd voor je de taal had om ze te benoemen.
En dat is precies waarom praten alleen niet altijd genoeg is.
Stel: je weet dat je je te veel aanpast in relaties. Je hebt er boeken over gelezen. Je hebt erover gepraat met vrienden, misschien zelfs met een therapeut. Je snapt waar het vandaan komt.
En toch — op het moment dat je partner een bepaalde toon aanslaat, of je leidinggevende een wenkbrauw optrekt, ben je er al. Voor je het weet, zeg je ‘ja’ terwijl je ‘nee’ bedoelde. Of je trekt je terug terwijl je eigenlijk contact wil.
Dat komt omdat ons zenuwstelsel voortdurend de omgeving en ons eigen lichaam onbewust scant op signalen van pijn, onveiligheid of gevaar en daar direct naar handelt als er een dreiging is.
Dat is geen zwakte. Dat is je zenuwstelsel dat doet wat het altijd heeft gedaan: overleven.
De vraag is niet meer: waarom doe ik dit?
De echte vraag is: hoe leer ik mijn lijf dat het nu veilig is om iets anders te doen?
Ik ben momenteel in opleiding tot haptotherapeut — en ik merk hoe dit mijn kijk op verandering verder verdiept.
Zowel de therapeutisch coach als de haptotherapeut werken via rust, aandacht, aanwezigheid en zonder oordeel, zonder dat er iets anders hoeft.
Haptotherapie werkt via lichamelijk contact, met handen op je huid. Die aanraking helpt het lijf herinneren.
Voor mensen die als kind hebben geleerd dat ze er niet mochten zijn, of dat ze zichzelf klein moesten maken om veilig te zijn, is dat een diepe — en soms heel ongewone — ervaring.
Het lichaam ontspant. De adem daalt. Er ontstaat ruimte voor wat er echt is.
Geen analyse. Gewoon: aanwezig zijn bij wat er leeft.
Hier stuit je op iets dat ik belangrijk vind om te zeggen — want er bestaat een misverstand.
Soms lijkt het alsof therapie die via inzicht en gedachten werkt en therapie die via het lichaam en gevoel werkt, elkaars tegenpolen zijn. Alsof je moet kiezen: óf praten óf voelen.
Dat is niet zo. Ze hebben elkaar nodig.
Ik leer mijn cliënten een manier die zij zelf kunnen toepassen als ze in emoties te zeer worden geraakt. Het begint met herkenning van de geraaktheid, wat gevolgd wordt door erkenning van de eigenheid: nu kan ik de verantwoordelijkheid op me nemen voor mijn interpretaties. Dat is al een cognitieve stap — je (h)erkent wat er speelt, je benoemt het, je neemt een verantwoordelijke positie in.
Maar dan volgt wat er werkelijk moet gebeuren: de pijn verzorgen door haar te voelen. Niet erover nadenken. Niet rationaliseren. Erin blijven. Het bange kind in jezelf in je armen nemen — en erbij aanwezig zijn.
Precies dáár liggen de twee werelden naast elkaar:
Ik (h)erken wat er gebeurt — dat is het inzicht, de taal, de wereld van gedachten, de prefrontale cortex die onderscheidt en beoordeelt.
Ik blijf erbij — dat is het voelen, het lichaam, de adem, de haptotherapeutische confrontatie.
Ik onderzoek — dat is het thuisbrengen van de gevoelens, hun oorsprong.
De leermethode maakt het nog concreter: nu ben ik volgroeid.
Nu kan ik kiezen.
Die keuze — om te blijven bij het gevoel in plaats van ervan weg te gaan — is precies de plek waar denken en voelen samenwerken.
Je denkvermogen stelt je in staat een keuze te maken in plaats van reflexmatig te vechten, vluchten of bevriezen.
Het hoofd opent de deur. Het lijf loopt erdoor.
En als je dat steeds opnieuw doet — niet eenmalig, maar keer op keer, telkens als de pijn er is — dan kan er iets vrijkomen. Niet als resultaat van analyse, maar als gevolg van aanwezigheid. Iets wat er altijd al in je was, maar wat onder de schaamte en zelfveroordeling bedolven lag: de kern van wie jij eigenlijk bent.
Dit betekent niet dat inzicht waardeloos is. Begrijpen waarom je doet wat je doet geeft richting. Het helpt je herkennen wat er speelt.
Maar verandering vraagt een stap verder: dat je leert voelen wat je lichaam je al die tijd al probeerde te vertellen. Dat je die signalen niet langer negeert, verdringt of rationaliseert. Dat je erbij leert blijven — ook als het ongemakkelijk is.
Dat is het werk. Niet eenmalig, maar steeds opnieuw. Val je terug in oud gedrag? Dan is dat geen mislukking. Dan is dat het moment waarop je iets nieuws kunt oefenen: jezelf zien zonder oordeel, en opnieuw beginnen.
Verandering vraagt niet dat je meer begrijpt of beter je best doet. Het vraagt dat je anders leert luisteren — naar je gedachten én naar je lijf. Allebei tegelijk.
Verandering is geen kwestie van beter je best doen, harder op te schieten of harder te werken. Streven naar meer perfectie, het nog beter weerstaan van tegenslagen of nog ‘socialer’ zijn brengt evenmin verandering.
Het is een kwestie van anders leren luisteren — naar wat er in het hier en nu werkelijk voor je beschikbaar is.
Dat kun je leren. Niet door meer te begrijpen, maar door meer te voelen. En door je denkvermogen in te zetten om dat voelen mogelijk te maken — steeds opnieuw, met warmte, met adem, met aandacht.
En soms helpt het daarbij om iemand naast je te hebben die er gewoon bij is.
Stuur ze dit artikel. Soms zegt een blog precies wat jij al een tijdje zou willen zeggen.